Bestek Woonhuis Eindhoven

Bouw volledig in te richten woonhuis 433 m3; oplevering voorjaar 2019

– Metselwerk Vlaams Verband
– Rode steen open
– Aluminium kozijnen en Deuren
– Dakpannen:  Beton
– Energieklasse A
– Dak voorzien van 5000 wp zonnepanelen.
– Aanbrengen bestrating: Betonklinkers op stabilisatie.

Voorwaarden Ruwbouw

F.A.B.

N.C.B.
Algemeen bestek voor privé-bouwwerken – Administratieve bepalingen
ALGEMEEN BESTEK VOOR PRIVÉ-BOUWWERKEN
Administratieve Bepalingen
F.A.B.
N.C.B.
Algemeen bestek voor privé-bouwwerken – Administratieve bepalingen
ALGEMEEN BESTEK VOOR PRIVÉ-BOUWWERKEN
1
ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
1
ALGEMENE VOORWAARDEN
3
HOOFDSTUK I
3
ALGEMENE BEPALINGEN BETREFFENDE DE AANNEMINGSCONTRACTEN
3
ART. 1
VOORWERP EN OMVANG VAN DE AANNEMING
3
ART. 2
AANNEMINGSDOCUMENTEN
3
ART. 3
BEPALINGEN BETREFFENDE DE PRIJS VAN DE AANNEMING
3
ART. 4
OFFERTE VAN DE AANNEMER EN GUNNINGSPROCEDURE
6
ART. 5
MAATREGELEN M.B.T. DE VEILIGHEID VAN DE WERKNEMERS OP DE BOUWPLAATS
7
ART. 6
BEPALINGEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN ZO DE OVEREENKOMST ONDER DE WET BREYNE VALT
8
HOOFDSTUK II
9
UITVOERING VAN DE AANNEMING
9
AFDELING I
9
ART. 7
DE BOUWHEER, DE ARCHITECT, DE INGENIEURS/STUDIEBUREAUS, DE PROJECTMANAGER, HET
CONTROLEBUREAU, ENZ.
9
ART. 8
DIVERSE MEDEDELINGEN
9
ART. 9
OPSCHORTENDE VOORWAARDE(N) MET BETREKKING TOT DE OVEREENKOMST
10
ART. 10 DELEGATIE
10
ART. 11 PERSONEEL
10
ART. 12 ONDERAANNEMERS
10
ART. 13 TOEGANG TOT DE BOUWPLAATS EN DE GRONDEN EN LOKALEN TER BESCHIKKING GESTELD VAN DE
AANNEMERS
10
AFDELING II
10
ART. 14 AFGIFTE VAN VERSCHEIDENE DOCUMENTEN EN VOORBEREIDENDE MAATREGELEN
10
ART. 15 BORGTOCHT
11
ART. 15BIS WAARBORG
12
ART. 16 VERZEKERINGEN
12
ART. 17 BEVEL TOT AANVANG VAN DE WERKEN, VERLOOP VAN DE WERKEN, TERMIJNEN, SCHORSING
13
ART. 18 AFBAKENEN VAN DE WERKEN
15
ART. 19 DIVERSE MAATREGELEN
15
ART. 20 KOSTENBEHEER VAN DE BOUWPLAATS IN GEVAL VAN NEVENAANNEMING
15
ART. 21 MATERIALEN EN LEVERINGEN: CONFORMITEIT EN OPLEVERING
16
ART. 22 PROEVEN OP MATERIALEN, LEVERINGEN EN BOUWWERKEN
17
ART. 23 BETALINGEN
18
ART. 24 ONDERBREKING VAN DE WERKEN WEGENS WANBETALING
18
ART. 25 WIJZIGINGEN AAN DE WERKEN
19
ART. 26 WERKEN IN REGIE OF WERKEN TEGEN TERUGBETALING
19
ART. 27 ONTDEKKEN VAN KUNSTVOORWERPEN EN DERGELIJKE
19
ART. 28 AFBRAAKMATERIALEN, PUIN EN BIJZONDERE AFVALSTOFFEN
19
ART. 29 SCHOONMAAK
20
HOOFDSTUK III
20
NIET-UITVOERING VAN DE AANNEMINGSOVEREENKOMST EN EVENTUELE VERBREKING
20
ART. 30 TEKORTKOMINGEN AAN DE CONTRACTUELE VERBINTENISSEN
20
ART. 31 OVERLIJDEN VAN DE AANNEMER
20
ART. 32 FAILLISSEMENT VAN DE AANNEMER
20
ART. 33 VOLTOOIINGSTERMIJN EN VERWIJLBOETES
21
HOOFDSTUK IV
21
EINDE VAN DE OPDRACHT
21
ART. 34 OPLEVERING VAN HET BOUWWERK
21
HOOFDSTUK V
22
AANSPRAKELIJKHEDEN EN GESCHILLEN
22
ART. 35 AANSPRAKELIJKHEDEN
22
ART. 36 GESCHILLEN
23
F.A.B.
N.C.B.
Algemeen bestek voor privé-bouwwerken – Administratieve bepalingen
ALGEMENE VOORWAARDEN
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN BETREFFENDE DE AANNEMINGSCONTRACTEN
ART. 1
VOORWERP EN OMVANG VAN DE AANNEMING
De aanneming heeft als voorwerp de uitvoering van het bouwontwerp en (of) van de werken die bepaald
worden door de verschillende aannemingsdocumenten.
Het bijzonder bestek bepaalt of de aanneming in haar geheel of in afzonderlijke percelen wordt toegewe-
zen.
ART. 2
AANNEMINGSDOCUMENTEN
De aanneming geschiedt onder de voorwaarden van dit algemeen bestek, gewijzigd en/of aangevuld door
de bepalingen van het bijzonder bestek en, in voorkomend geval, van het aannemingscontract. De uitvoe-
ring te goeder trouw van de overeenkomst impliceert evenwel dat elke afwijking van dit Algemeen bestek
noodzakelijkerwijze vooraan in het bijzonder bestek moet worden aangegeven om geldig te zijn.
Alle documenten, het contract, de plannen, het algemeen bestek en het bijzonder bestek, genummerd en
gedateerd, alsmede de offerte van de aannemer vullen elkaar aan en vormen samen het aannemings-
dossier.
De aannemer mag bij de uitvoering niet van het ontwerp afwijken zonder het voorafgaand akkoord van de
bouwheer en de architect.
Ingeval de opmetingsstaat door de architect is opgesteld, controleert de aannemer met het oog op het
opstellen van zijn offerte de door de architect opgegeven forfaitaire hoeveelheden. Hij zal zich achteraf
niet meer kunnen beroepen op leemten of vergissingen in de documenten die hij mits een aandachtige
controle had kunnen ontdekken.
In geval van tegenstrijdigheid tussen de aannemingsdocumenten zal de voorrang gelden in deze volgor-
de:
het contract;
de door de bouwheer aanvaarde offerte;
de aanwijzingen van de plannen;
de aanwijzingen van de opmetingsstaat;
de bijzondere voorwaarden;
de algemene voorwaarden.
Wanneer de plannen tegenstrijdigheden bevatten, mag de aannemer laten gelden dat hij de voor hem
meest gunstige hypothese heeft voorzien, tenzij de opmetingsstaat daaromtrent nadere aanwijzingen be-
vat.
ART. 3
BEPALINGEN BETREFFENDE DE PRIJS VAN DE AANNEMING
3.1.
AARD VAN DE OPDRACHT
De overeenkomst wordt gesloten volgens één van de volgende vormen, te bepalen door het bijzonder be-
stek:
3.1.1.
De opdracht tegen absoluut vaste aannemingssom
Is de opdracht waarbij de aannemer zich ertoe verbindt de aanneming uit te voeren tegen de vaste en on-
veranderlijke totale prijs opgegeven in zijn offerte en waarbij de bouwheer, behoudens onderling akkoord
van de partijen, ervan afziet enige wijziging aan het oorspronkelijke ontwerp aan te brengen. De absolute
vastheid van de aannemingssom wordt niet aangetast door de toevoeging van een indicatieve prijslijst
met hoeveelheden en eenheidsprijzen en sluit de toepassing van de prijsherzieningsclausule vastgelegd
in art. 3.5. niet uit.
F.A.B.
N.C.B.
Algemeen bestek voor privé-bouwwerken – Administratieve bepalingen
3.1.2.
De opdracht tegen relatief vaste aannemingssom
Is de opdracht waarbij de aannemer zich ertoe verbindt de aanneming uit te voeren tegen de totale prijs
opgegeven in zijn offerte en waarbij de bouwheer zich het recht voorbehoudt, in overleg met zijn architect,
wijzigingen aan te brengen aan de oorspronkelijke aanneming. Deze wijzigingen worden verrekend vol-
gens art. 25.
3.1.3.
De opdracht volgens prijslijst
Is de opdracht waarin alleen de eenheidsprijzen vast zijn. Bij de offerte wordt een lijst gevoegd met opga-
ve van de vermoedelijke hoeveelheden aan werken, leveringen of prestaties, waarvoor de aannemer de
eenheidsprijzen bepaalt. De te betalen prijs wordt vastgelegd door deze eenheidsprijzen toe te passen op
de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden die overeenkomstig art. 3.8. worden gemeten.
3.1.4.
De opdracht tegen terugbetaling (opdracht met open boek)
Is de opdracht waarbij de te betalen prijs, na controle, overeenstemt met de kostprijs van de arbeid, de
materialen en het gebruik van specifiek materieel, verhoogd met een afgesproken percentage dat de al-
gemene kosten en de winst van de aannemer vertegenwoordigt.
De prijsbestanddelen die in rekening worden gebracht, de manier waarop ze worden bepaald en het ver-
hogingspercentage worden vastgelegd in het aannemingscontract.
3.1.5.
De opdracht in regie
Is de opdracht waarbij de prijs bepaald wordt naargelang de gepresteerde tijd en de verwerkte materialen,
op basis van een uurtarief voor de arbeid en een vooraf afgesproken eenheidsprijs voor de materialen.
3.1.6.
De gemengde opdracht
Is de opdracht waarbij de prijzen worden bepaald volgens verscheidene van de wijzen waarvan sprake
onder 3.1.1. tot 3.1.5. hierboven.
3.2.
VOORBEHOUDEN SOMMEN (STELPOSTEN)
Stelposten beschrijven werken (in één of meerdere posten van het bestek of van de meetstaat) waarvoor
de aannemer prijs geeft, en waarvan de bouwheer zich het recht voorbehoudt ze tijdens de uitvoering van
de overeenkomst te bestellen.
Wanneer deze werken niet besteld worden, is aan de aannemer geen enkele vergoeding verschuldigd.
3.3.
MEERWERKEN
Zelfs in het geval van een absoluut vaste aannemingssom kan, in afwijking van art. 1793 B.W., het bewijs
worden geleverd van elke door de bouwheer bestelde wijziging of meerwerk, en van de bepaling van de
desbetreffende prijs, met een schriftelijke orderbevestiging die hij binnen de drie werkdagen aan de
bouwheer heeft gericht en die niet binnen de drie werkdagen na ontvangst tegengesproken werd.
leder element, eventueel zelfs niet specifiek beschreven in de aannemingsdocumenten, maar dat volgens
de regels van het vak de voorzienbare en noodzakelijke aanvulling vormt van de overeengekomen wer-
ken, wordt niet als wijziging of meerwerk beschouwd.
3.4.
OCTROOIRECHTEN
De aankoopprijs van de octrooirechten en de vergoedingen voor het aanhouden van de octrooien zijn
slechts voor rekening van de aannemer wanneer het bestaan ervan in het bijzonder bestek werd vermeld.
Zo ook vallen de octrooirechten en de vergoedingen voor het aanhouden van de octrooien slechts te zij-
nen laste wanneer de aannemer op eigen initiatief geoctrooieerde materialen of procédés kiest.
Dezelfde regel geldt voor tekeningen en modellen die nodig zijn voor de uitvoering van de levering of het
werk.
3.5
PRIJSHERZIENING
3.5.1.
De aannemingsprijs is voor herziening vatbaar, volgens de schommelingen van de lonen, de sociale las-
ten en de prijs van de materialen.
De herziening geschiedt bij iedere betalingsschijf. De te betalen sommen worden bepaald door toepas-
sing van onderstaande formule op het bedrag van iedere betalingsschijf of staat van vordering van de
werken, die opgemaakt werd op basis van het contract:
p = P (s/S a + i/I b + c).
F.A.B.
N.C.B.
Algemeen bestek voor privé-bouwwerken – Administratieve bepalingen
waarin “P” het bedrag van de op basis van het contract opgemaakte staat vertegenwoordigt en “p” het
bedrag dat aangepast werd volgens de schommelingen van de lonen en de sociale lasten en verzekerin-
gen met betrekking tot de lonen, alsook van de prijzen van materialen, grondstoffen of bij de bouw ge-
bruikte of verwerkte producten.
In de herzieningsformule is de term “a s/S” gebaseerd op het gemiddelde uurloon, bepaald door het ge-
middelde van de lonen van de geschoolde, geoefende en ongeschoolde arbeiders zoals die door het Na-
tionaal Paritair Comité voor het Bouwbedrijf vastgelegd zijn. De lonen worden verhoogd met het door het
Ministerie van Verkeer en Infrastructuur aangenomen totale percentage van de sociale lasten en verzeke-
ringen. In die term vertegenwoordigt “S” het gemiddelde uurloon, dat van kracht is op de 10
de
dag vóór de
afgifte van de offerte, verhoogd met het door het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur op dezelfde da-
tum aangenomen totale percentage van de sociale lasten en verzekeringen, en “s” hetzelfde gemiddelde
uurloon, van kracht tijdens de uitvoering van de in de staat bedoelde werken, verhoogd met het door het
Ministerie van Verkeer en Infrastructuur op dezelfde datum aangenomen totale percentage van de sociale
lasten en verzekeringen.
De termen ‘”i” en “I” die in de term “b i/I” zijn opgenomen, vertegenwoordigen het maandelijkse indexcijfer
dat berekend werd op basis van een jaarlijks verbruik van de voornaamste materialen en grondstoffen
door het bouwbedrijf op de binnenlandse markt. Dit indexcijfer wordt bepaald door de Commissie van de
Prijslijst van Bouwmaterialen, die zetelt in het Ministerie van Economische Zaken. De waarde ervan wordt
maandelijks vastgelegd. “I” is het indexcijfer dat van kracht is op de 10 de dag voor de afgifte van de offer-
te. “i” is het indexcijfer zoals opgenomen tijdens de uitvoering van de in de staat bedoelde werken.
De contractuele waarde toegekend aan de parameters “a” en “b” wordt vastgelegd in het bijzonder be-
stek, zoniet bedraagt ze 0,40 voor elk.
“c” is de vaste term die niet voor herziening vatbaar is, en mag niet minder bedragen dan de waarde die
door de wet bepaald is
1
, nl. niet minder dan 0,20.
De waarden die het bijzonder bestek aan de parameters heeft toegekend, mogen tijdens de aanneming
geen wijziging ondergaan.
De herzieningsformule wordt op de volgende wijze uitgewerkt:
ieder van de breukgetallen “s/S” en “i/I” worden herleid tot een decimaal getal met ten hoogste vijf cij-
fers na de komma, waarvan het vijfde verhoogd wordt met één indien het zesde gelijk is aan of hoger
dan 5.
voor de producten uit de vermenigvuldiging van de zo verkregen quotiënten met de waarde van de
overeenstemmende parameter, wordt slechts rekening gehouden met het vijfde cijfer na de komma,
waarbij dit eveneens verhoogd wordt met één, indien het zesde gelijk is aan of hoger dan 5.
3.5.2.
Wanneer de aanneming onderworpen is aan de wet van 9 juli 1971 (“wet Breyne”) tot regeling van de wo-
ningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen, dan geldt het volgende:
“S” is het gemiddelde uurloon van kracht op de datum van ondertekening van het contract, verhoogd
met het door het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur op dezelfde datum aangenomen totale percen-
tage van de sociale lasten en verzekeringen;
“s” is hetzelfde gemiddelde uurloon opgenomen vóór de aanvang van de werken waarvoor gedeelte-
lijke betaling wordt gevraagd, verhoogd met het door het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur op de-
zelfde datum aangenomen totale percentage van de sociale lasten en verzekeringen;
“I” is het indexcijfer op de dag van ondertekening van het contract;
”i” is het indexcijfer opgenomen vóór de aanvang van de werken waarvoor gedeeltelijke betaling wordt
gevraagd;
de waarde van parameter “a” mag niet groter zijn dan 0,50;
de waarde van parameter “c” mag niet kleiner zijn dan 0,20
2
.
3.5.3.
Bij opdrachten met afzonderlijke percelen bepalen de bijzondere bestekken de parameters en de indexcij-
fers met inachtneming van de specificiteit van elk vak.
3.5.4.
Voor de werken uitgevoerd in een vertragingsperiode die te wijten is aan de aannemer, wordt aan ieder
indexcijfer van de herzieningsformule een waarde toegekend die overeenstemt met het gemiddelde van
de waarden voor dat indexcijfer gedurende de uitvoeringstermijn.
1
Artikel 57 van de wet van 30 maart 1976 heeft die waarde vastgesteld op tenminste 0,20.
2
Artikel 1 § 1 van het koninklijk besluit van 21 oktober 1971.
F.A.B.
N.C.B.
Algemeen bestek voor privé-bouwwerken – Administratieve bepalingen
3.6.
BTW
De BTW maakt geen deel uit van de eigenlijke prijs van de offerte en is steeds ten laste van de bouw-
heer.
3.7.
BELASTINGEN, AANSLUITINGSKOSTEN EN WERFKOSTEN
3.7.1.
Alle bouwbelastingen alsook de kosten voor definitieve aansluiting op de nutsvoorzieningen (zoals de dis-
tributie van water, gas, elektriciteit en televisie, het telefoon- en rioleringsnet) zijn ten laste van de bouw-
heer.
3.7.2.
Alle heffingen die eigen zijn aan de uitvoering van de werken (zoals de belasting op de afsluiting langs de
straat of op het gebruik van de openbare weg), die van kracht zijn sinds tenminste 30 dagen voor het in-
dienen van de offerte, zijn, net zoals de te voorziene kosten van de inrichting en de werking van de bouw-
plaats, ten laste van de aannemer.
3.8.
OPMETEN VAN HOEVEELHEDEN
De te meten hoeveelheden worden op tegenspraak door de architect en de aannemer bepaald op basis
van de norm NBN B 06-001 “Metingen voor gebouwen – Meetmethoden voor hoeveelheden” (standaard-
meetcode) van 1982 en de norm NBN B 06-002 “Oppervlakten en inhouden van gebouwen – Begripsom-
schrijvingen en wijze van bepaling” van 1983 of de normen die bij de indiening van de offerte van kracht
zijn.
3.9.
ONVOORZIENE OMSTANDIGHEDEN
Alle omstandigheden die bij de indiening van de offerte redelijkerwijze onvoorzienbaar waren, en die on-
vermijdbaar zijn, die de uitvoering van de overeenkomst financieel of anderszins zwaarder of moeilijker
maken dan normaal voorzien is, zullen worden beschouwd als gevallen van overmacht. Ze geven de aan-
nemer het recht de herziening van de overeenkomst te vragen.
ART. 4
OFFERTE VAN DE AANNEMER EN GUNNINGSPROCEDURE
4.1.
BEKWAAMHEID EN VERBINTENISSEN VAN DE AANNEMER
Door het indienen van zijn offerte acht de aannemer zich in staat de aanneming uit te voeren volgens de
aannemingsdocumenten en de regels van het vak.
De aannemer kijkt de documenten na en wint ter plaatse alle nodige inlichtingen in. Hij brengt de bouw-
heer en de architect onverwijld op de hoogte van eventuele anomalieën waarvan hij zich rekenschap zou
geven.
Iedere eventuele toevoeging, wijziging of schrapping t.o.v. de in de aannemingsdocumenten vervatte be-
schrijving, moet duidelijk aan het einde van de inschrijving kenbaar worden gemaakt met opgave van de
meer- of minwaarden die eruit voortvloeien.
4.2.
GELDIGHEIDSTERMIJN VAN DE OFFERTE
De aannemer blijft door zijn offerte gebonden voor een termijn van 30 kalenderdagen vanaf de indiening
ervan. Zo echter in het bijzonder bestek een uiterste datum werd bepaald voor de indiening van de offer-
tes, wordt deze termijn vanaf dan gerekend.
4.3.
GUNNINGSPROCEDURE
De wijze waarop en de voorwaarden waaronder de offerte ingediend moet worden en de aannemer aan-
geduid zal worden, worden bepaald door het bijzonder bestek.
Het feit dat de aannemer een offerte indient verleent hem geen enkel recht indien de opdracht hem niet
wordt gegund. De bouwheer gunt de opdracht op basis van de offerte die hem de interessantste lijkt, zon-
der dat hij zijn beweegredenen moet rechtvaardigen.
F.A.B.
N.C.B.
Algemeen bestek voor privé-bouwwerken – Administratieve bepalingen
4.4.
BIJ TE VOEGEN ATTESTEN EN GELDIGHEID VAN DE OVEREENKOMST
De aannemer voegt bij zijn offerte:
een kopie van zijn vestigingsattest voor zover het werk, waarvoor hij inschrijft, onder een geregle-
menteerd beroep valt
3
;
een kopie van zijn registratie als aannemer in de zin van het koninklijk besluit van 26 december
1998 of bij gebrek aan registratie, attesten die aantonen dat hij in orde is met zijn bijdragen inzake
sociale zekerheid (RSZ) en bestaanszekerheid tot en met het voorlaatste afgelopen kwartaal;
indien de wet van 9 juli 1971 (“wet Breyne”) van toepassing is, een kopie van zijn erkenningsgetuig-
schrift indien hij erkend is.
In ieder geval moet de aannemer, opdat de overeenkomst geldig zou worden gesloten, op het moment
van het sluiten van de overeenkomst geregistreerd zijn in de zin van het koninklijk besluit van 26 decem-
ber 1998 en in het bezit zijn van het vestigingsattest dat voor het door hem uit te voeren werk vereist is.
ART. 5
MAATREGELEN M.B.T. DE VEILIGHEID VAN DE WERKNEMERS OP DE BOUWPLAATS
4
5.1.
BOUWPLAATS MET MINSTENS TWEE AANNEMERS
5.1.1.
Verplichte tussenkomst van de coördinator veiligheid en gezondheid
Voor elke bouwplaats waar minstens twee aannemers gelijktijdig of achtereenvolgens actief zijn, is een
coördinator veiligheid en gezondheid vereist, zowel bij het ontwerp (de coördinator-ontwerp) als bij de uit-
voering (de coördinator-verwezenlijking).
5.1.2.
Rol van de coördinator veiligheid en gezondheid
De coördinator-ontwerp ziet erop toe dat het ontwerp rekening houdt met de beginselen ter preventie van
ongevallenrisico’s waaraan de werknemers kunnen worden blootgesteld.
De coördinator-verwezenlijking zorgt voor de concrete toepassing van deze preventiebeginselen. Hij zorgt
er tevens voor dat alle deelnemers aan het bouwproces er rekening mee houden.
De coördinator(en) veiligheid en gezondheid stelt/stellen op en houdt/houden bij
5
:
het
Veiligheids- en gezondheidsplan
,
met onder meer de analyse van de risico’s en de preventie-
maatregelen ervan;
het
Coördinatiedagboek,
met alle opmerkingen en belangrijke gebeurtenissen voor de coördinatie
van de veiligheid;
het
Postinterventiedossier
,
dat alle nuttige informatie bevat voor de preventie van risico’s tijdens
eventuele latere werkzaamheden na de voltooiing van het bouwwerk.
5.1.3.
Respectieve verplichtingen van de partijen in dit kader
Alle bij het ontwerp en de verwezenlijking van het bouwwerk betrokken partijen moeten meewerken aan
de toepassing van de veiligheidscoördinatie met inachtname van de door de wet geviseerde algemene
preventiebeginselen.
De persoon die reglementair belast is met de aanstellingsverplichting van de coördinator(en), heeft de
verplichting om hem/hen in de mogelijkheid te stellen zijn/hun opdrachten adequaat te vervullen, om
zijn/hun werk te controleren en om erover te waken dat alle betrokkenen op de bouwplaats hun
activiteiten coördineren.
De aannemer die de hem toevertrouwde werken geheel of gedeeltelijk in onderaanneming geeft, is ertoe
gehouden alle op de bouwplaats toepasselijke veiligheidsmaatregelen te doen naleven door zijn
onderaannemer en door elke persoon die handelt als onderaannemer in welke fase ook.
3
De vestigingsreglementering is niet van toepassing op ondernemingen met meer dan 50 werknemers.
4
Opgelegd door de wet van 4 augustus betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en haar uitvoeringsbesluit, het KB van 3 mei 1999
betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.
5
Voor de uitvoeringsfase van de bouwplaatsen waarvan hetzij het vermoedelijke werkvolume meer dan 5000 man-dagen bedraagt, hetzij de prijs van de werken op
meer dan 100 miljoen (exclusief BTW) wordt geraamd, en waar minstens drie aannemers gelijktijdig werken uitvoeren, moet de coördinator bovendien een
coördinatiestructuur inrichten, samengesteld uit de vertegenwoordigers van de verschillende betrokken partijen.
F.A.B.
N.C.B.
Algemeen bestek voor privé-bouwwerken – Administratieve bepalingen
5.2.
BOUWPLAATS WAAR DE WERKZAAMHEDEN DOOR SLECHTS EEN AANNEMER
WORDEN UITGEVOERD
Ingeval de werken betrekking hebben op de structuur, op de essentiële elementen van het bouwwerk of
op toestanden die een aantoonbaar gevaar inhouden voor de veiligheid en de gezondheid, is de bouw-
heer verantwoordelijk voor de opstelling van een postinterventiedossier en zijn aanpassing aan de even-
tuele wijzigingen aan het project die tijdens de verwezenlijking worden aangebracht
6
.
5.3.
BEPALINGEN DIE UITSLUITEND VAN TOEPASSING ZIJN INGEVAL DE WERKEN
UITGEVOERD WORDEN OP EEN PLAATS WAAR DE WERKNEMERS
7
VAN DE
BOUWHEER TEWERKGESTELD ZIJN
De werkgever-bouwheer in wiens inrichting de aannemer de werken moet uitvoeren, is ertoe gehouden:
hem de nodige informatie te verstrekken met betrekking tot de risico’s en de maatregelen inzake het
welzijn van de werknemers die in zijn inrichting van toepassing zijn;
zijn eigen activiteiten met die van de aannemer te coördineren en, in voorkomend geval, de activitei-
ten van de andere ondernemingen van buitenaf die ter plaatse werkzaam zijn.
ART. 6
BEPALINGEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN ZO DE OVEREENKOMST ONDER DE WET
BREYNE VALT
Elk beding dat strijdig is met de artikelen 3 tot 6 en 8 tot 11 van de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de
woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen (“wet Breyne” genoemd), of
met de koninklijke besluiten tot uitvoering van artikel 8, lid 2 van dezelfde wet, dat voorkomt in enig
document, wordt voor niet geschreven gehouden.
De aannemingsovereenkomst die onder de toepassing van deze wet valt moet:
a) de identiteit van de eigenaar van de grond en van de bestaande opstallen vermelden;
b) de datum van uitgifte van de stedenbouwkundige vergunning en de voorwaarden van die vergunning
vermelden of vermelden dat de overeenkomst werd gesloten onder de opschortende voorwaarde van
het bekomen van een stedenbouwkundige vergunning; in dit laatste geval dient de bouwheer zich er-
toe te verbinden de aannemer in het bezit te stellen van een voor eensluidend verklaard afschrift van
deze vergunning en van de voorwaarden ervan, binnen de maand na de ontvangst van kennisgeving
van de beslissing nopens de bouwaanvraag;
c) vermelden of de bouwheer de overeenkomst al dan niet afhankelijk maakt van de opschortende voor-
waarde van het bekomen van een financiering voor een minimaal vastgesteld bedrag aan te bepalen
voorwaarden (zoals minimale leensom, maximaal rentetarief, minimale looptijd van de lening); indien
deze voorwaarde niet vervuld wordt binnen een termijn van drie maanden na de ondertekening van de
overeenkomst, zal de overeenkomst ophouden te bestaan; indien echter de bouwheer niet ten gepas-
te tijde de noodzakelijke stappen gezet heeft bij zijn financiële instelling teneinde de financiering te
bekomen, zal de overeenkomst geacht worden eenzijdig en foutief verbroken te zijn door en ten laste
van de bouwheer;
d) als bijlage, de nauwkeurige plannen en gedetailleerde bestekken omvatten van de werken waarop de
overeenkomst betrekking heeft. De wijze waarop en de materialen waarmee deze werken zullen wor-
den uitgevoerd moeten uitdrukkelijk vermeld worden en eventueel of en onder welke voorwaarden
hiervan kan worden afgeweken. Deze plannen en bestekken dienen ondertekend te zijn door een tot
de uitoefening van dat beroep in België toegelaten architect;
e) de totale prijs van het gebouw alsmede de wijze van betaling opgeven; vermelden dat de prijs kan
worden herzien. Deze prijs omvat alle werken die nodig zijn voor de normale bewoonbaarheid, die
door de partijen gedefinieerd wordt als de voltooiing van enkel die werken die uitdrukkelijk beschreven
werden in de door de architect voorbereide bestekken en documenten;
f) vermelden dat er gewestelijke overheidstegemoetkomingen inzake huisvesting bestaan en de basis-
voorwaarden daarvan als bijlage bij de overeenkomst voegen;
g) de aanvangsdatum van de werken, de uitvoerings- of leveringstermijn en de schadevergoedingen we-
gens vertraging in de uitvoering of levering vermelden; deze vergoedingen moeten minstens met een
normale huurprijs van het afgewerkte goed waarop de overeenkomst betrekking heeft, overeenstem-
men;
h) de wijze bepalen waarop de oplevering geschiedt;
i)
de erkenning van de partijen bevatten dat zij sedert vijftien dagen kennis hebben van de bovenver-
melde gegevens en stukken.
Bovendien moet de overeenkomst in ieder geval in een afzonderlijk lid, en in andere en vette lettertekens
vermelden dat de bouwheer het recht heeft de nietigheid van de overeenkomst of de nietigheid van een
met de wet strijdig beding in te roepen bij niet-nakoming van de bepalingen van of krachtens de artikelen
7 en 12 van de wet Breyne. De tekst van deze artikelen 7 en 12 moet integraal in de overeenkomst wor-
den opgenomen.
6
Overeenkomstig artikel 43 van het KB van 3 mei 1999 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.
7
Dienstboden en het ander huispersoneel worden in dit kader niet als werknemers beschouwd.
F.A.B.
N.C.B.
Algemeen bestek voor privé-bouwwerken – Administratieve bepalingen
HOOFDSTUK II
UITVOERING VAN DE AANNEMING
AFDELING I
ART. 7
DE
BOUWHEER,
DE
ARCHITECT,
DE
INGENIEURS/STUDIEBUREAUS,
DE
PROJECTMANAGER, HET CONTROLEBUREAU, ENZ.
7.1.
DE BOUWHEER
De bouwheer moet de aannemer in staat stellen de werken die hij hem heeft opgedragen in normale
omstandigheden uit te voeren. Hij moet hem inlichten over ieder element waarover hij beschikt dat een
invloed zou kunnen hebben op de uitvoering van de werken. Hij zal er onder meer voor zorgen de
aannemer te wijzen op de ligging van telefoon- of elektriciteitskabels of leidingen op zijn grond.
De bouwheer verbindt zich ertoe nooit een rechtstreeks bevel te geven aan de aannemer zonder vooraf-
gaandelijk overleg met de architect.
7.2.
DE ARCHITECT
a)
De architect, als ontwerper van het bouwwerk, is belast met een volledige opdracht, en dus ook met
de controle van de werken. Indien de bouwheer de architect van een deel van zijn opdracht ontslaat,
moet hij de aannemer daarover uitdrukkelijk inlichten: hij moet hem meedelen van welke taken de ar-
chitect werd ontslagen, en welke architect hem voor de resterende opdrachten zal opvolgen.
b)
De erelonen van de architect zijn nooit begrepen in het bedrag van de offerte van de aannemer.
c)
De architect is in geen enkel opzicht de lasthebber van de bouwheer, behoudens andersluidende be-
paling in het aannemingscontract.
7.3.
INGENIEURS/STUDIEBUREAUS, PROJECT MANAGER, QUANTITY EN QUALITY
SURVEYOR, CONTROLEBUREAUS
Indien een beroep wordt gedaan op de diensten van ingenieurs of studiebureaus, van een project mana-
ger, een quantity of quality surveyor, controlebureaus, enz. moet de bouwheer hun opdracht hebben be-
paald in de aannemingsdocumenten.
7.4.
TUSSENKOMST VAN CONTROLEBUREAUS
De aannemer moet zich schikken naar de richtlijnen van de controlebureaus.
De gevolgen van de eventuele aanpassingen die een controlebureau oplegt – o.a. voor de prijs en de uit-
voeringstermijn – zullen evenwel vóór de uitvoering van de aanpassingen worden afgesproken met de
bouwheer.
7.5.
FABRIKANTEN EN LEVERANCIERS
De aannemer zorgt ervoor dat hij van de fabrikanten en leveranciers alle nodige informatie krijgt, en meer
bepaald gebruiks- en onderhoudsaanwijzingen. Deze worden bezorgd aan de bouwheer. De aannemer
licht de architect en de bouwheer in over de garanties van de fabrikanten en de leveranciers. Hij ziet erop
toe dat fabrikanten en leveranciers de geldende normen en technische voorschriften naleven en laat zich
alle adviezen, voorschriften, installatieplannen, proeven, enz… bezorgen die nodig zijn voor het gebruik
van de verwerkte materialen.
ART. 8
DIVERSE MEDEDELINGEN
Van alle briefwisseling, prijsoffertes, facturen, afrekeningen, kortom van alle documenten die hij aan de
bouwheer richt, stuurt de aannemer gelijktijdig een kopie door naar de architect.
Elke mededeling mag eveneens gebeuren door vermelding in het dagboek van de werken, indien het bij-
gehouden wordt.
Elke mededeling gebeurt in de taal van het bijzonder bestek.
F.A.B.
N.C.B.
Algemeen bestek voor privé-bouwwerken – Administratieve bepalingen
ART. 9
OPSCHORTENDE VOORWAARDE(N) MET BETREKKING TOT DE OVEREENKOMST
Stedenbouwkundige en wettelijke vergunningen:
Het aannemingscontract bepaalt of het onderworpen is aan de opschortende voorwaarde dat de steden-
bouwkundige vergunning en de andere wettelijke vergunningen worden verleend. In dat geval zal de
overeenkomst ophouden te bestaan indien deze voorwaarde niet wordt vervuld binnen de termijn vastge-
legd in het contract, of, bij gebrek aan bepaling hieromtrent, binnen zes maanden na de ondertekening
van het contract.
ART. 10
DELEGATIE
De aannemer leidt persoonlijk de werken of duidt een gemachtigde aan die bekwaam is om hem te ver-
vangen. Hij staat in voor de handelingen van zijn gemachtigde.
ART. 11
PERSONEEL
Het werk wordt toevertrouwd aan bekwaam personeel dat voldoende in aantal is om de werken correct en
regelmatig uit te voeren. De aannemer moet onmiddellijk het personeel vervangen waarvan de architect
mits behoorlijke motivering de verwijdering zou vragen wegens onbekwaamheid, ongehoorzaamheid of
wangedrag.
ART. 12
ONDERAANNEMERS
Elke onderaannemer waarop de aannemer op de bouwplaats een beroep doet moet over het vereiste
vestigingsattest beschikken indien de prestatie onder een beschermde activiteit ressorteert.
De bouwheer kan alle mogelijke inlichtingen vragen over de bekwaamheid van de onderaannemers van
de aannemer.
ART. 13
TOEGANG TOT DE BOUWPLAATS EN DE GRONDEN EN LOKALEN TER BESCHIKKING
GESTELD VAN DE AANNEMERS
De bouwheer moet een voldoende toegang tot de bouwplaats verschaffen, rekening houdend met de aard
en de omvang van de werken.
Als gronden of lokalen ter beschikking gesteld worden van de aannemer is hij aansprakelijk voor de
schade die hij hieraan toebrengt. Bij het einde van de aanneming moet hij ze in de oorspronkelijke staat
teruggeven aan de bouwheer.
Op kosten van de aannemer zal vooraf en op tegenspraak een plaatsbeschrijving worden opgemaakt.
Geen enkele vergoeding kan worden geëist voor de verbeteringen die de aannemer uit eigen beweging
heeft aangebracht, zelfs als de bouwheer beslist ze te behouden.
De aannemer mag, bij gebrek aan een schriftelijke toestemming van de bouwheer, de te zijner beschik-
king gestelde gronden en lokalen voor niets anders gebruiken dan voor de uitvoering van de werken. De
aannemer die de afsluiting van de bouwplaats geplaatst heeft mag, zonder de rechtmatige belangen van
de bouwheer aan te tasten, deze evenwel aanwenden voor verhuring, aanplakking of publiciteit, behou-
dens andersluidende bepalingen in het bijzonder bestek.
AFDELING II
ART. 14
AFGIFTE VAN VERSCHEIDENE DOCUMENTEN EN VOORBEREIDENDE MAATREGELEN
14.1.
UITVOERINGSDOSSIERS
Het aantal exemplaren van het uitvoeringsdossier die aan de aannemer te overhandigen zijn bij de onder-
tekening van het contract en de eventuele prijs daarvan worden bepaald in het bijzonder bestek.

Afwerking interieur in samenspraak met volgende leveranciers:

De montage van bovengenoemde materialen en  overige afwerkingen kunnen vrij worden geoffreerd.